De bewogen geschiedenis het van 's Lands Hospitaal

De eerste keer dat in de geschiedenis van een ziekenhuis te Paramaribo gewag gemaakt wordt is in 1679 als gouverneur Heinsius in een financiële verantwoording aan de Staten van Zeeland vermeld dat gedurende 6 maanden het ziekenhuis maande lijks 200 pond suiker á 2 stuivers ontvangt voor medische behandeling van militairen. De opbrengsten zijn 3.650 gulden door verkoop van goederen van gestorven militairen. Aan medicijnen is 646 gulden uitgegeven.
In 1686 wordt door gouverneur C. van Aerssen van Sommelsdijck aan het huidige Kerkplein - toendertijd de Oude Oranjetuyn - het 'Provisioneel Gasthuis' gevestigd. Dit ziekenhuisje bevond zich in het Raadhuis waarin ook de kerk ondergebracht was.
Op
ลลn, in 1693 voor 92.000 pond suiker van Pieter de Muenicx aangekocht perceel met huis, eveneens in de Oude Oranjetuyn gelegen, wordt in 1694 het 'Edele Societeyts Hospitael' ingericht. Metje Droget wordt in 1695 tot 'binnenmoeder' van dit 's Lands Gasthuys benoemd en verdient 300 caroly guldens per jaar, naast kost en inwoning. De boekhouder was Daniel Trévache. Er werkten ook militaire apothekers in dit 'Edele Sociëteits Hospitael'.
In 1695 dragen 66 Joden (onder protest trouwens) 25.905 pond suiker bij, op verzoek (last) van gouverneur van Scharphuizen, t.b.v. de bouw van een nieuw gasthuis te Paramaribo.
De inkomsten van het ziekenhuis zouden onder meer bestaan uit:
1. Gelden verkregen bij de verkoop van de bezittingen van overleden militairen.
2. Boetes zoals vermeld in de Plakaten, o.a opgelegd bij het verwekken van kinderen door vrije negers, mulatten en indianen bij slavinnen, het klandistien verkopen van alcohol e.d.
3. Verpleegkosten.
4. Geconfisceerde voedingsmiddelen.
5. Opbrengsten van de apotheek.
6. Bijdragen van kerkelijke organisaties e.d.

De 300 man sterke krijgsmacht die met Van Sommelsdijck in 1683 in Suriname aankwam moest vanwege het toenemende gevaar van aanvallen van de Marrons worden uitgebreid. Daar het aantal militairen in 1758 onder gouverneur Crommelin opgelopen was tot 1500 man, werd een adequaat militair hospitaal een dringende vereiste. Bovendien werden meer militairen geteisterd door tropische ziekten dan dat er gewond of gedood werden door de marrons.

In 1755 is het 's Lands Gasthuis dringend aan vernieuwing toe. In 1761 vermeld gouverneur Crommelin dat het gebouw ingestort is, maar door het ontbreken van bakstenen kan niet met de bouw van het nieuwe hospitaal begonnen worden voor december 1761. Het tekort aan bakstenen zou o.a. ontstaan zijn door de bouw van een windmolen te Nieuw Amsterdam. Van de familie Augustus werd een huis aan de Keizerstraat (volgens Prof. Dr. E. van der Kuyp zou dit gebouw gelegen hebben op nr. 42 t.p.v het huidige Chung Fa Foei Kon) gehuurd en ingericht als een hulphospitaal.
Volgens bovengenoemde auteur wordt van 1760-1765 het Lands Gasthuis herbouwd.

(Vervolg op pagina 3)

Pagina 2