Per 1 januari 1929 werd een polikliniek voor huid- en geslachtziekten opgericht en ondergebracht in enige barakken van het Militair Hospitaal.

Op de plaats waar de regenbak stond, links van het hoofdgebouw aan de Gravenstraat, wordt in 1938 door de architect W.E. Sniphout de apotheek gebouwd.

De poliklinieken werden ondergebracht in het hoofdgebouw achter de kinderzaal. Dezelfde ploeg verplegend personeel werd op meerdere poliklinieken na elkaar ingezet (ter bezuiniging). Toen in 1940 het frontgebouw hersteld werd, kwamen op de benedenverdieping hiervan de poliklinieken voor oogheelkunde en dermatologie en de consultatiebureaus voor zuigelingen en zwangeren, alsmede de keuringskamer van de Geneeskundige Commissie.

Vanaf de komst van de officier van gezondheid 2de klasse P.C. Flu naar Suriname in 1908 werd er ook bacteriologisch en pathologisch-anatomisch onderzoek verricht. In 1915 werd hij door Dr. C. Bonne opgevolgd.

Het personeel

In 1793 zijn er o.m. bij het Militair Hospitaal in dienst:
De chef-M.G.D Dr. G.W. Schilling, de chirurgijn-majoors N. Poersch en L. Schultz, de boekhouder Mr. W.P. Vischer, de binnenvader J.F. Noel en de onderapothekers C. Reufs, M. von Seydenthal, J.G. Schraubach, J.G. Liebetag, J.G. Mros, C. Krunitz, C.F. Bause en Bomke. De verzorging van de zieken is nog steeds in handen van militaire ziekenoppassers.

Na de afschaffing van de slavernij in 1863 kwamen de kosten van het hospitaal niet meer ten laste van Defensie, maar van het Departement van Koloni
n.

Op 1 juli 1897 werden vier R.K. Liefde-zusters uit Tilburg belast met de verzorging van de lepra patienten en later werden zij ook als verpleegsters in de militaire inrichting te werk gesteld op verzoek van de toenmalige chef-M.G.D. C.F. Aalsmeer.

In 1898 kwamen nog drie nonnen uit Tilburg en in 1904 was hun aantal tot tien uitgebreid.

In 1910 kwam aan deze situatie een einde door verschil van mening (over prioriteiten) tussen de militaire chef en deze nonnen. Na een petitie vanuit de bevolking werd het vertrek naar Nederland van deze zusters geannuleerd en werden zij tewerk gesteld in
n m.b.v. een geldinzameling gebouwd R.K. ziekenhuisje met 70 bedden, het St. Vincentius Ziekenhuis, dat op 1 januari 1916 geopend werd en op 19 juli 1916 werd ingewijd. De eerste geneesheer-directeur was J.F. Nassy, opgevolgd door Dr. F.A. Tjon Ayong.

In 1906 werden ook acht protestantse verpleegsters - van de in dat jaar opgerichtte Evangelische Vereniging tot Ziekenverpleging - aangesteld tegen een vergoeding van f 2,50 per maand met vrije voeding.

(Vervolg op pagina 9)

Pagina 8