|
Placaten betrekking hebbende op
Torarica
6 april 1669
Placaat regelende dakbedekking van huizen en schoonhouden van gronden in Thoraica. (voortaan singels op de huizen i.p.v. 'indiaens dak', de erven moe¬ten onderhouden worden en de uitgegeven gronden binnen 6 maanden bebouwd, op straffe van drie honderd pond suiker). (ARA RvP 210 f 11).
5 dec. 1670
Placaat waarin het bebouwen van uitgegeven de gronden in Thora¬rica geregeld wordt. (Gronden waarop niet gebouwd is geworden zullen weder aan de lande vervallen). (ARA RvP 209 f 28 vo).
8 juli 1678
Placaat over het schoonhouden van erven en straten in Thorarica. (De erven en straten voor de huizen zullen binnen 14 dagen na afkondiging schoongemaakt dienen te zijn op straffe van geconfisceerd te worden ten porfijte van de lande). (ARA RvP 210 f 94 vo).
17 juni 1681
Placaat over hoofd- en akkergelden. 'Tot invorderinge van welcke ongelden cessie sal worden gehouden (bij de voorszegde heeren executeuren van den boedel van d'Heer Heinsius zaliger) alhier aan Zurinamburgh den 13den der toekomende maant juli, den 18den aan Thorarica ende 20sten bij d'Heer Samuel Nassy.'
Op zoek naar Torarica
In dit hoofdstuk zal ik trachten de lezer een indruk te geven van wat de enthousiasteling te wachten staat die tracht de geheimen van een oude nederzetting in de Surinaamse jungle te ontraadselen. De tekst is letterlijk overgenomen van de verslagen die ik tijdens de verschillende tochten maakte.
Op 4 december 1988 was het eindelijk zover. Per boot vertrokken we vanaf de platte brug en voeren met eb de Surinamerivier op.
Enkele tientallen meters voorbij de zandbank meerden we aan bij een steigertje aan de linkeroever nabij een prachtige baai en werden welkom geheten door de heer Weekers, die de eigenaar van 'Oud-Libanon', zoals hij zijn plantage noemde, bleek te zijn. Naast de voeten van heer Weekers lag een deel van een oude granieten pilaar, die een slijpgroeve vertoonde.
(Vervolg op pagina 11)
|
|