Deze oude baas, die naar later bleek al ver in de zeventig was, vertelde, geassisteerd door zijn zoon Stan, dat Torarica inderdaad nabij zijn woning (kamp) had gelegen en dat hij al eerder bezoek had gehad van een zekere 'Wolff' die een kist met gouden- en zilveren voorwerpen gevonden had en deze

De heer Weekers,
pijprokend, in zijn kamp
te Torarica

ook had meegenomen. Naar verteld werd zou onder de kankantrie die achter zijn huisje stond ook een kelder aanwezig zijn. Men wees ons een bospad aan, beginnend rechts achter het kamp en lopend richting kankantrie. Dit paadje volgend kwamen we enkele hoopjes rode bakstenen tegen, overblijfselen van stenen 'neuten' (Korte of lange pilaren waarop een huis gebouwd wordt) of grafstenen en kwamen tenslotte bij een bijna droogliggende modderige kreek aan.
Wij staken de kreek (of het kanaal) over na hem enige tijd stroomopwaarts gevolgd te hebben en liepen aan de overzijde stroomafwaarts langs de kreek terug, zonder meer stenen of oude voorwerpen tegen te komen, tot enkele tientallen meters voor de inmonding in de Surinamerivier. Hier vonden we weer hoopjes bakstenen, oude flessen en in de kreek zelf op een 'eilandje' (het was namelijk nog steeds eb) ook scherven geglazuurd aardewerk, oude stenen pijpekoppen, scherven van oude flessen en kruiken en een stuk verroest ijzer, dat later een stuk van een oud vuursteen geweer bleek te zijn, die natuurlijk allen gefotografeerd werden.

( Vervolg op pagina 12)

Pagina 11