|
Niet ver van de monding van deze kreek staken wij nogmaals over en liepen langs de oever van de Suriname rivier terug, richting kamp. Het was duidelijk dat er hier veel landafslag had plaatsgevonden en op de plaats waar er duidelijk bauxiet in de oever te zien was, kon je rode bakstenen in de steile oever zien. Hier vonden wij ook een stukje lood dat onder water lag.
Daar wij in zeer dicht kreupelhout terecht kwamen, moesten we een omweg maken om weer bij het kamp terug te komen. De tocht eindigde bij 2 kampjes die rechts van het hoofdkamp van Weekers gebouwd waren. Hier zou, volgens de huidige bewoners, vroeger een kerkje gestaan hebben, dat echter door afslag in de rivier terechtgekomen was.
Volgens later bekomen informatie zou zich 50 meter achter het kamp, dus ongeveer 60 meter van de rivier een geul bevinden waar nog een kist met oude Joodse voorwerpen begaven ligt, maar die de bewoners uit angst voor magie (de eigenaar had een droom gehad, waarin hem bevolen werd een wit schaap op deze plaats te offeren, een typisch Joods ritueel vond men) met rust gelaten hadden. De heer Wolff was immers ook korte tijd na zijn bezoek aan Torarica overleden.
Als bijzonderheid werd ook verteld dat deze Wolff een onder de bovengenoemde kankantrie staand beeld meegenomen had.
Met eb zouden ook vele Delfsblauwe scherven vlak onder de oever te vinden zijn.
Staande op de aanlegsteiger van Torarica zagen wij aan de overkant van de rivier 2 stalen scheepswrakken liggen en 100 meter verder naar rechts zouden ook leien en minstens één kelder op de oever te vinden zijn, vertelde men ons.
Wij besloten een tweede tocht naar Torarica te organiseren om verder onderzoek te verrichten, waarbij zeker de hulp van de heer Weekers ingeroepen zou moeten worden.
Ook zullen we navraag moeten doen over de heer Wolff, die bij het commissariaat te Domburg gewerkt zou hebben als bestuur
(Vervolg op pagina 13)
|
|