waarschijnlijk bij het openleggen van het bos gevonden waren. Lopend in noordelijke richting kwamen we bij een kreek uit, ongeveer 6 meter breed, die we vanwege de vloed niet konden oversteken. Via een omweg keerden we naar de boot terug en voeren de kreek af tot ongeveer 20 meter van de monding, waar we weer aan land gingen. Lopend in noordelijke richting kwamen we bovengenoemde kreek nogmaals tegen, zonder vermeldingswaardigheden.
Na weer naar de boot teruggekeerd te zijn voeren we de kreek nog ongeveer een kilometer stroomopwaarts op.
Wegens tijdgebrek besloten we de kreek niet verder op te varen maar naar de rivier terug te keren en de bovengenoemde kreek voorbij en het daarnaast liggende kanaal in te varen. Ook dit kanaal bracht ons niet verder,  doch het volgende kanaal dat we invoeren bracht ons wel een verrassing. Aan wal gaand bleken er niet een, maar twee paralelle kanalen, ongeveer 10 meter naast elkaar, te lopen door vrij moerassig gebied, waar sporen van houtexploratie te vinden waren. Dat er twee kanalen waren vonden we op geen enkele kaart terug, altijd werd er slechts één vermeld. Daar dit gebied voor ons verder niet interessant bleek te zijn, voeren we in noordelijke richting voorbij de noordelijke punt van de baai en voeren het eeste kanaal dat we daarna tegenkwamen in.
Dit bleek het kanaal te zijn waarin we tijdens de eerste tocht op een eilandje vele scherven aangetroffen hadden.
We meerden aan nabij dit eilandje en gingen aan wal.
Vermeldenswaard is hierbij dat dit kanaal, evenals het pal noord hiervan liggend korte kanaaltje, op de oude plantagekaarten steeds aangegeven worden als uitmondend in de baai, terwijl het volgens onze waarneming ongeveer 70 meter noordelijk van de noordelijke punt van de baai in de Surinamerivier uitmondde. Zou dit het gevolg zijn van landverlies door de sterke stroom? Hier kom ik later op terug.
We exploreerden het gebied liggend tussen deze twee noordelijke kanalen en onze enige vondst was dat het meest noordelijke kanaal d.m.v. een splitsing in verbinding stond met het tweede kanaal, hetgeen ook nergens op de kaarten vermeld stond.
Op de terugweg naar de boot kwamen we langs een enorme kankantrie die nauwelijks twintig meter van de boot af stond. Tussen de oostelijk gelegen wortels lagen wat

(Vervolg op pagina 15)

Pagina 14