|
scherven en bij onderzoek bleek deze vindplaats tot op dertig centimeter diepte vele scherven van flessen, keramiek en Keulse potten te bevatten, benevens een oud hangslot en een scharnier. Vanwege de vele muskieten, die we eerst met rook te lijf moesten gaan, werd dit onderzoek ten zeerste bemoeilijkt.
Daar we alleen scherven tegenkwamen en geen hele flessen deed deze plaats meer denken aan een vuilstortplaats dan aan een offerplaats, zoals die vaak onder kankantrie bomen gevonden wordt.
Daar bovengenoemd eilandje ondertussen droog was komen te liggen en onze boot ook in de modder dreigde vast te raken verlegden wij ons onderzoeksterrein naar het kanaal en nogmaals, net als tijdens de eerste tocht onderzochten we het eilandje maar nu bleek dat de scherven alleen op en niet in de modder van het eilandje lagen. We vonden er nog enkele scherven en twee pijpekoppen maar gedwongen door de snel intredende eb moesten we de boot uit de modder slepen, daar we anders de kans liepen in het bos te moeten overnachten.
We voeren het kanaal uit en meerden ongeveer halverwege tussen het kanaal en de noordelijke punt van de baai, een afstand van geschat nog geen 100 meter.
De oever van de Surinamerivier lag hier bezaaid met (meest fragmenten van) bakstenen, die zelfs lagen in holen van wel een meter diep onder de overhangende oever. Ook in de oever waren er vele bakstenen te zien. Deze strook bakstenen begon bij het kanaal waar we net uitkwamen en liep tot ongeveer twintig meter voor de noordelijke punt van de baai.
Het 'strand' is hier bij eb ongeveer 5 meter breed, bestaat uit zandige modder en wordt bijna geheel bedekt door dwars liggende omgevallen bomen.
(Vervolg op pagina 16)
|
|