ing van Cassard zo wel als op 't Fort te Para, nog een Bezetting lag. Het bestond in ongevaar honderd Huizen, en een Kapel: doch is thans verlaten. Vervolgens maakt de Rivier een groote bogt, en keert zich naar het Noordoosten en voorts Zuidelijk, tot aan het Dorp, de Zandpunt geheeten, daar eenige Ingezetenen in 't begin der Colonie gewoond hebben en ook een Kerk is geweest; doch waar van weinig of geen bewys meer te vinden is: ook gingen de Schepen aldaar toen gemeenlyk ten anker liggen: nu is daar een Plantagie, welke de Heer Gouverneur Mauritius bezeeten, en la Simplicité genoemd, doch naderhand verkocht heeft. Weinig boven deeze Punt stort zich, ten Westen, de Separipaba-kreek in de Rivier.'
Volgens Hartsinck lag er ten tijde van den inval van Cassard in 1712 nog een bezetting. De 'Encyclopaedie van Suriname' 1977, vermeld op blz. 612: 'Torarica of Thorarica, oudste hoofdstad van Suriname in de periode van de Engelse volksplanting tussen 1651 en 1667. Torarica was gelegen aan de linkeroever van de Surinamerivier, in de grote bocht even benedende monding van de Separipabokreek. Het lag dus veilig voor eventuele vijandelijke aanvallen, hoog stroomopwaarts de rivier, maar benedenstrooms de landbouwvestiging die zich uitstrekte tot rond het gebied van de latere Jodensavanne. In de bloeitijd bestond het uit een honderdtal huizen en een kerk. Omstreeks het midden van de 18de eeuw bestond het nog, maar sterk vervallen. Nu is het geheel verdwenen. De naam Torarica is waarschijnlijk van Indiaanse oorsprong. Het lag in de parochie St. Bridges, welke naam volgens sommigen ook wel voor de plaats werd gebruikt. De Zeeuwen noemden het de Zandpunt. Crijnssen maakte Paramaribo tot hoofdstad'.
In de 'Encyclopaedie van West-Indi
', Uitg. 1981 lezen wij op blz. 678 de volgende passage:
'Thorarica, ook geschreven Torarica, Tararico, Teorarica, Thoxaica, Toorarica, Torarica en Torrica, een naam waarschijnlijk van Arowakse oorsprong (Toraha-hari-raka betekent in die indiaanse taal: plaats waar de blanke woont). De plaats lag aan de linkeroever van de Surinamerivier, waar men thans de plantage Waterland vindt. Marhall bouwde in 1630 daar een blokhuis. De kort daarna uit Holland en Italië gekomen Joden vestigden zich niet ver van het dorpje, dat bij het blokhuis ontstond. Ten tijde van

(Vervolg op pagina 4)

Pagina 3