|
Hartsinck dacht, maar eerder nabij de plantage Watervliet gelegen heeft.
2. Ten Noorden van de Siparipabokreek gezocht moet worden.
3. Lag tussen de plantage La Simplicit¾ en Overbrug en wel bij de plantage Crommenie.
4. Door de Hollanders Zandpunt genoemd werd.
5. In een bocht aan de linkeroever van de Surinamerivier lag, met een natuurlijke baai er vlak bij.
6. Dus nabij de grote zandbank in de Surinamerivier te vinden moet zijn.
Als we de bijgevoegde kaarten bekijken is mogelijk de loop van de rivier wat gewijzigd en liggen er nu wat begroeide 'eilandjes' in bovengenoemde 'baai' en zullen we ter plaatse onderzoek moeten verrichten om vast te stellen of er nog restanten van Torarica te vinden zijn, waarbij latere artefacten hiermede niet verward mogen worden.
Litt:
J.W.C. Ort, Vestiging van de Hervormde Kerk in Suriname 1667-1800
Generael Kerckboek 1688-1730
Fred. Oudschans Dentz, Uit de geschiedenis van de hoofdplaats van Suriname..., K.N.A.G. 1947, dl.XIV no.2
C.H. de Goeje, Sur. ontdekt: K.N.A.G. 1934, dl.LI no.1
Uit de Pers, WIG, 1921, T80, 2e jrg.
George Warren, Een onpartijdige Beschr. v. Surinam, Amst. 1669, blz.5.
J.D. Herlein, Beschr. v.d. Volkpl. Zuriname, Leeuwarden 1718.
Thomas Pistorius, Korte en Zakelijke Beschr. v.d. col. v. Zuriname, Amst. 1763, blz.5.
Mr. J.J. Hartsinck, Beschr. v. Suriname, Amst.1770, II, 572.
Essai hist. sur la col. de Surinam, Paramaribo, 1788, II, 125.
Jhr. C.A. van Sypesteyn, Beschr. v. Suriname, 's Gravenh. 1854, blz.3, 10, 82 en 86.
C. van Schaick, Proeve van of bijdr. tot de gesch. vooral der Herv. Kerk in Suriname (Tijdschr. West-Indiá‰á, Haarlem 1855, I, 87).
James Rodway en Thomas Watt, Chronol. History of the Discovery ans Settlement of Guiana, Georgetown, 1888, blz. 103 en '.
H. van Breen, Gesch. schets der inbezitname van Suriname (Tijdschr. v. Gesch., Land- en Volkenk. Gron. 21e jg. 1906, 1e afl. blz. 177 v.)
Schakels met het verleden: Beschrijving en oude kaarten.
Notulen Gouverneur en Raden.
(Vervolg op pagina 10)
|
|